McLaren Cars

McLaren in de IndyCar series

McLaren maakte onlangs bekend dat het vanaf 2020 fulltime gaat deelnemen aan de IndyCar series. Het team gaat een samenwerking aan met Arrow Schmidt Peterson Motorsport en Chevrolet. McLaren is geen onbekende voor het IndyCar kampioenschap. Autosport Uitgelicht dook in de geschiedenis van McLaren in de IndyCar.

Tegenhanger van de Formule 1

De IndyCar series is in Amerika de grootste single seater klasse. In Europa willen we wel eens zeggen dat het de Amerikaanse tegenhanger van de Formule 1 is. Dat terwijl er maar weinig overeenkomsten zijn. Behalve dan dat beide kampioenschappen de grootste single seater klassen zijn van het continent waarop de roots liggen.

Per 2020 komt daar nog een overeenkomst bij. Beide klassen hebben vanaf dan een McLaren team. Het team is al sinds 1966 actief in de Formule 1, maar is ook voor de IndyCar geen onbekende. Het team was in de jaren 70 veelvuldig actief in de klasse. Toen was de naam IndyCar nog een bijnaam voor wagens die meededen aan de Unites States Auto Club´s (USAC) kampioenschap voor ´open wheel auto racing´. Laten we het gewoon bij IndyCar houden.

Laten we het gewoon bij IndyCar houden….

De Indianapolis 500 is de belangrijkste race in het IndyCar kampioenschap
De Indianapolis 500 is de belangrijkste race in het IndyCar kampioenschap

McLaren in de IndyCar

Het verhaal van McLaren in de IndyCar begint in aanloop van de Indianapolis 500 van 1970. Men verkent de Amerikaanse race dat op aandringen van bandenleverancier Goodyear, dat het wel zag zitten om concurrent Firestone een lesje te leren op eigen grondgebied. McLaren schreef daarop drie M15 wagens in voor de legendarische race voor oprichter Bruce McLaren, Chris Amon en Denny Hulme.

Amon trok zich terug voor de race, en Hulme verbrandde zijn handen na een ongeluk. In de vorm van Peter Revson en Carl Williams werd er vervanging gevonden. Veel succes leverde het echter niet op. Bruce McLaren kwalificeerde zich niet, Revson zag de finish niet en Williams finishte als zevende. Revson keerde dat jaar nog één keer terug naar de States voor een race in het kampioenschap. In Ontario finishte hij op de achtste positie. De aanwezigheid van McLaren in de IndyCar zou vanaf dat moment gestaag groeien.

In 1971, na het overlijden van Bruce McLaren, keert het team terug op de Brickyard. Ditmaal met meer succes dan in 1970. Revson kwalificeert de M16A op pole position. Winst zit er echter niet in, hij wordt tweede. Een plek waar je op Indianapolis helemaal niets voor koopt. Hij neemt dat jaar nog twee andere races deel in het kampioenschap. Op Pocono en wederom in Ontario. Podiumplekken zitten er echter niet in.

De McLaren M16C waarmee Peter Revson de Indianapolis 500 reed in  1973
De McLaren M16C waarmee Peter Revson de Indy 500 reed in 1973

Volwaardige deelname

Vanaf 1973 mag McLaren gezien worden als volwaardige deelnemer in de IndyCar. Jonnny Rutherford rijdt vrijwel het hele seizoen, terwijl Revson alleen op Indy, Pocono en Ontario in actie komt. Rutherford is echter de smaakmaker met zeges op Ontario en Michigan. In Texas wordt hij nog een keer tweede. Het levert hem een derde plek in de eindstand op. Succes op Indianapolis blijft echter uit.

Succes voor McLaren in de IndyCar komt wel in 1974 wanneer Rutherford de Indianapolis 500 op zijn naam weet te schrijven in de M16C/D. Verder wint hij nog in Ontario, Milwaukee en Pocono. Genoeg voor de titel is het weer niet. Ditmaal wordt hij tweede in de eindstand.

Lang hoeft McLaren niet te wachten op hernieuwd succes op de Brickyard. In 1975 wordt er niet gewonnen maar in 1976 is het opnieuw Rutherford die zijn gezicht voor de tweede maal op de Borg Warner Trophy laat plaatsen. Hij wint daarnaast nog twee races en wordt wederom tweede in de eindstand van het kampioenschap.

Het zou de laatste zege voor Mclaren op Indy zijn. In ´77, ´78 en ´79 wordt de top tien niet eens meer gehaald en Rutherford wint alleen incidenteel nog een race in het kampioenschap. Eind 1979 besluit het team het voor gezien te houden in Amerika. Het is gedaan voor McLaren in de IndyCar en het team focust zich vooral op de Formule 1 vanaf dan.

De McLaren M16C/D waarmee Rutherford de Indianapolis 500 weet te winnen in 1974
De McLaren M16C/D waarmee Rutherford de Indy 500 weet te winnen in 1974

Terugkeer op Indy

Tot de geschiedenis is voortgewerkt naar het jaar 2017. McLaren maakt in April van dat jaar bekend dat het zal deelnemen aan de Indy 500. Men doet dat in samenwerking met Andretti Autosport. Fernando Alonso is de man achter het stuur. McLaren steunt hem in zijn ambitie op de ´Triple Crown´ te winnen. Daarnaast is het een aardig zoethoudertje voor de coureur die in de Formule 1 met McLaren en Honda louter ellende meemaakt.

Alonso maakt indruk op de Brickyard. Hij kwalificeert de McLaren-Andretti als vijfde. Tijdens de race doet hij lange tijd mee voor de overwinning. Hij rijdt zelfs zevenentwintig rondes aan de leiding. In de slotfase van de race moet hij echter opgeven. De reden is ironisch genoeg een falende Honda motor.

McLaren keerde in 2017 terug op Indianapolis op jacht naar de ´Triple Crown´ voor Alonso
McLaren keert in 2017 terug op Indianapolis op jacht naar de ´Triple Crown´ voor Alonso

Knulligheid tijdens poging in 2019

In 2019 doen McLaren en Alonso opnieuw een poging. Honda is in de Formule 1 aan de kant gezet en de schepen zijn dus ook in Amerika verbrand. Daarom schrijft McLaren zelf een wagen in voor de race in samenwerking met Carlin. Het team gebruikt Chevrolet motoren.

Het wordt echter een blamage van de eerste orde. Het team maakt de meest knullige gebeurtenissen mee. Het begint tijdens de testsessies in Texas. Deze lopen vertraging op wanneer blijkt dat er geen stuurwiel bij de Dallara auto zit. McLaren CEO Zak Brown moest hoogstpersoonlijk op pas om een stuurwiel voor de wagen te regelen.

Dan is er nog het gedoe om de lak van de wagen. McLaren heeft een reservechassis gekocht van Carlin en ontdekt dat de Oranje kleur niet de juiste papaya tint heeft. De wagen wordt naar een spuiterij op dertig minuten van het circuit gestuurd.

Toen Alonso het hoofdchassis crashte in de trainingen had men een groot probleem. Het reservechassis staat namelijk nog in de spuitcabine. Het geintje kost McLaren twee dagen aan tracktime.

Aanhoudende problemen in kwalificatie

Tijdens de kwalificaties loopt Alonso een lekke band op. Dit zou het team kunnen detecteren, maar faalt om dat te doen omdat men de verkeerde bandensensoren heeft aangeschaft. Met de juiste sensoren had Alonso eerder weer de baan op gekund en hadden de zaken heel anders kunnen lopen. Zijn snelheid vóór de lekke band was namelijk prima.

Daar houdt het niet op. In een wanhoopspoging om te kwalificeren nam McLaren de setup over van een ander team. Men vergat echter om de inches om te rekenen naar metrieke waarden. Resultaat was dat de wagen over de grond schraapte waardoor er wederom waardevolle track time verloren ging. Toen het euvel opgelost was regende het op de speedway.

Door alle knulligheden komt het aan op ´Bump Day´. De laatste sessie waarin de coureurs in de onderste regionen kunnen proberen te kwalificeren. De rest gaat onverbiddelijk naar huis. Gezien de voorbereidingen weet Alonso er nog een knappe run uit te persen. Maar concurrentie komt uit een onverwachte hoek.

Kyle Kaiser legt zijn run 0.019 mijl per uur sneller af dan Alonso en pakt daarmee het laatste startbewijs. McLaren en Alonso zijn de eersten van de verliezers en kunnen met de staart tussen de benen terug naar Woking.

Fulltime deelname in 2020

McLaren laat het er echter niet bij zitten. Men sluit een deal met Schmidt Peterson Motorsports (SPM) en sponsor Arrow Electronics om voor 2020 twee wagens fulltime in te zetten. Het team krijgt de naam ´Arrow McLaren Racing SP´ mee. SPM rijdt in 2019 nog met Honda motoren, maar gezien de verstandhouding tussen McLaren en Honda kiest men ervoor om per 2020 met Chevrolet motoren te gaan rijden. Het is de definitieve terugkeer van McLaren in de IndyCar.

Photo credits (in volgorde van publicatie):

  1. By Stephen Hynds – Flickr, CC BY-SA 2.0 (tevens omslagfoto)
  2. By Doctorindy – Own work, CC BY-SA 4.0
  3. By Carey Akin – originally posted to Flickr as DSC_6736, CC BY-SA 2.0
  4. By NaBUru38 – Own work, CC BY-SA 4.0
  5. By Zach Catanzareti Photo – fernando alonso, Public Domain

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven