Boekrecensie: Zandvoort, De Formule 1 komt thuis

In 2020 staat de Grand Prix van Nederland weer op de kalender. Voor het eerst sinds 1985 zullen de Formule 1 wagens weer door de Noord Hollandse duinen scheuren. André Hoogeboom schreef het boek ‘Zandvoort: De Formule 1 komt thuis’ over de historie van het circuit én vertelt het verhaal over hoe de terugkeer tot stand kwam. Autosport Uitgelicht mocht het boek lezen en was er in een oogwenk doorheen.

De Formule 1 is weer hot in Nederland

De Dutch Grand Prix keert terug op de Formule 1 kalender, en dat gaan we in ‘boekenland’ de komende maanden veelvuldig merken. Het eerste boek over Zandvoort dat op de markt is verscheen is het boek ‘Zandvoort: De Formule 1 komt thuis’ door André Hoogeboom. De schrijver staat al reeds bekend om zijn autosport boeken. Zo schreef hij eerder het boek ‘Max‘, ‘Formule 1 WC-pedia‘ en ‘Formule 1‘. Ook heeft Hoogeboom een tweetal fictieve boeken geschreven met de Formule 1 als rode draad, ‘Sabotage‘ en ‘Dodelijke Ambitie‘.

In ‘Zandvoort’ komt vrijwel de gehele historie van het circuit in de Noord Hollandse duinen aan bod. Daarnaast wordt het traject naar de terugkeer van de Grand Prix op het circuit uitgelicht. Wat vooral opviel na een begin te hebben gemaakt in het boek is dat het heel vlot doorleest. Hoogeboom weet hoe je zaken omschrijft. Het is niet alleen maar een weerspiegeling van feiten, maar de manier waarop geschreven is geeft extra kleur aan het verhaal.

Met name in het begin deed het boek heel erg denken aan ‘De Formule 1 Fanaat’ van Koen Vergeer, en dat misschien wel het grootste compliment dat we kunnen maken. De titel (Zandvoort: De Formule 1 komt thuis) van het boek klopt natuurlijk niet helemaal. Zandvoort is bij lange na niet het thuis van de Formule 1. Maar we houden het op artistieke vrijheid.

Waargebeurd jongensboek

‘Zandvoort’ is een boek dat vertelt over zaken die waargebeurd zijn. Een weerspiegeling van de geschiedenis. Toch doet het verhaal aan als één groot jongensboek. De strijd die de organisatoren van de Nederlandse Grand Prix hebben moeten voeren om de race te behouden. De cowboy taferelen om wat centen bij elkaar te schrapen voor behoud van het circuit.

De geschiedenis van Zandvoort is een rollercoaster van hoogte en dieptepunten. Zo overleefde circuitdirecteur Jim Vermeulen bijvoorbeeld een vliegtuigcrash. Dat terwijl hij in allerijl onderweg was naar de toch al niet eenvoudige Bernie Ecclestone om de Grand Prix te redden. Al met al is de historie van de Grand Prix op Zandvoort een zeer boeiend stukje geschiedenis.

De moeite waard, ondanks minieme foutjes

Toch is er een klein detail aan het boek, dat ons in eerdere boeken van de auteur ook opviel. Kleine slordige foutjes, kleine details die niet helemaal kloppen. Het vreemde is dat als het benoemde feitje later in het boek terugkomt, dat het dan ineens wél klopt.

Zo wordt Colin Chapman in het begin van het boek Roger Chapman genoemd, verderop heet hij gewoon weer Colin. Tom Coronel zou de Marlboro Masters van 1994 gewonnen hebben, later gaat het ineens om de editie van 1997. Sebastien Buemi heet Steve Buemi en Jackie Stewart wordt eerst wel goed genoemd, en een zin later heet hij Steward. Het zijn kleine details. Maar het mag de pret van het lezen van het boek absoluut niet drukken.

‘Zandvoort’ is een boek waar we met plezier in no-time doorheen waren. Het is boeiend van A tot Z en zeker voor de fanaat een must om door te nemen in aanloop van de Dutch Grand Prix. Het onderwerp wordt de komende tijd in meerdere boeken (van o.a. Koen Vergeer en Nando Boers) besproken. Maar de uitvoering van André Hoogeboom is op zijn minst de moeite waard.

Hardcover:

E-Book

Omslagfoto: Marcel van Hoorn / Red Bull Content Pool

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven